Hoe kan Tier 3-interventie worden geconceptualiseerd in de RTI-aanpak?
Pagina 1: RTI-overzicht
Response to Intervention (RTI) is een gelaagde aanpak voor het geven van instructie via steeds intensievere interventieniveaus. RTI dient twee hoofddoelen:
- Om vroegtijdige interventiediensten te bieden aan leerlingen die het moeilijk hebben
- Om studenten met leerproblemen te identificeren
Het meest voorkomende RTI-model is een model met drie niveaus. De onderstaande tabel schetst de componenten van deze drietrapsaanpak voor RTI.
| Universele screening | Alle studenten ondergaan een korte screening. Deze beoordeling vindt één tot drie keer per jaar plaats (in de herfst, winter en lente). Hiermee worden studenten geïdentificeerd die het risico lopen op studiefalen. |
| Tier 1 Primaire of klasbrede interventie |
Leerlingen krijgen hoogwaardig onderwijs (d.w.z. via gevalideerde methoden) in het reguliere onderwijs. Leraren monitoren regelmatig (bijvoorbeeld elke één tot twee weken) de voortgang van leerlingen met leerproblemen die via de universele screening zijn geïdentificeerd. (Opmerking: In sommige benaderingen wordt universele screening beschouwd als onderdeel van niveau 1.) |
| Tier 2 Secundaire of gerichte interventie |
Leerlingen die onvoldoende vooruitgang boeken, krijgen andere of aanvullende ondersteuning van de leerkracht of een andere onderwijsprofessional. Leraren blijven de voortgang van de leerlingen regelmatig monitoren. |
| Tier 3 Tertiair of intensieve geïndividualiseerde interventie |
Leerlingen die in niveau 2 nog onvoldoende vooruitgang boeken, krijgen nog intensiever en individueler onderwijs. Dit onderwijs wordt aangeboden via speciaal onderwijsAfhankelijk van het beleid van een staat of district kunnen sommige scholen een model met vier niveaus hanteren. In dat geval wordt interventie op niveau 3 aangeboden via het algemeen onderwijsprogramma en interventie op niveau 4 via het speciaal onderwijsprogramma.
x
speciaal onderwijs woordenlijst |
Elk van de drie niveaus omvat de volgende elementen:
Elementen van RTI die gemeenschappelijk zijn voor alle niveaus
- Hoogwaardige instructie
- Regelmatige voortgangsbewaking
- Data-gebaseerde besluitvorming
Samen vormen deze elementen een sterke onderwijsbasis voor alle leerlingen: leerlingen die het moeilijk hebben, krijgen de extra onderwijsondersteuning die ze nodig hebben om hun achterstand op hun klasgenoten in te halen en te slagen in het regulier onderwijs. Bovendien kunnen leerlingen met specifieke leerproblemen al in de lagere klassen worden geïdentificeerd.
Om succesvol te zijn, vereist de RTI-aanpak gedeelde verantwoordelijkheid en meer verantwoording voor het leerproces van leerlingen. Deze doelen kunnen worden bereikt door nauwere samenwerking tussen schoolleiders, leerkrachten en ouders. Het succes van RTI hangt met name af van de nauwe samenwerking tussen algemeen en speciaal onderwijs.
Ter informatie
Communicatie met ouders of verzorgers, belangrijk gedurende het hele RTI-proces, is vereist zodra leerlingen worden doorverwezen naar speciaal onderwijs. Al vroeg in het RTI-proces dient schoolpersoneel algemene informatie aan gezinnen te verstrekken over de doelen van de RTI-aanpak en over mogelijke manieren waarop zij bij het onderwijs van hun kinderen betrokken kunnen worden. Door frequent en persoonlijk met ouders te communiceren, is het schoolpersoneel beter voorbereid om aan de onderwijsbehoeften van alle kinderen te voldoen en blijven gezinnen op de hoogte van de voortgang van hun kinderen.